Begin bij de steun voor uw voeten en bovenbenen
Neem plaats op de zitting met de schoenen die u tijdens uw werkzaamheden
draagt. Stel de tabouret zo in dat uw voeten stevig op de vloer rusten.
Uw bovenbenen liggen ongeveer horizontaal of lopen iets naar beneden.
De zittingrand hoort niet hinderlijk tegen de achterkant van uw knieën
of de onderzijde van uw bovenbenen te drukken.
Zit u alleen met uw tenen op de vloer of schuift u naar de voorrand om
de grond te bereiken? Dan staat de zitting mogelijk te hoog. Zit u erg
laag, met uw knieën duidelijk boven uw heupen, controleer dan of een
hogere instelling prettiger is. Gebruik deze punten als uitgangspunt
en beoordeel ook hoe u tijdens uw werkzaamheden zit.
Een ronde zitting vraagt om een andere afstelling dan een zadelzitting.
Neem de hogere zitpositie van een zadelkruk niet automatisch over op
uw tabouret. De vorm van de zitting, steun voor uw voeten en aansluiting
op het werkblad bepalen samen welke instelling passend is.